Uitleg
- De 2 gele spelers spelen een partijspel tegen 2 blauwe spelers met scoren op 2 kleine doeltjes, die uit elkaar staan
- Beide teams hebben een speler op de achterlijn staan, tussen de 2 doeltjes in, die in de aanval kunnen gebruikt kunnen worden. Deze speler op de achterlijn mag echter de bal maar 1x raken en zelf niet scoren
- De trainer speelt een nieuwe bal in als de bal uit gaat of er gescoord wordt, zo loopt het spel steeds door op hoog tempo
- Teams ontvangen om en om de bal (dus de eerste bal is voor geel, de tweede voor blauw, etc.), zo komen beide teams aan aanvallen toe
- Na 1-2 minuten wisselen de teams van speler op de achterlijn, maar de score tellen we door
Rol van de coach
- Speel snel een nieuwe bal in als de bal uit gaat
- Bij meer spelers, laat dan iedereen meespelen en maak het veld groter
- Eventueel speler tussen de doeltjes motiveren om mee te bewegen (en niet stil te staan)
- Positief coachen